Vraag je zorgtoeslag of huurtoeslag aan, dan vraagt Dienst Toeslagen naar je inkomen. Dan gaat het niet om je nettoloon, het bedrag dat elke maand op je rekening komt. Voor toeslagen telt je toetsingsinkomen: een inkomen vóór belasting.
Welk inkomen telt voor je toeslag?
Wat je toetsingsinkomen is, hangt af van of je belastingaangifte doet:
Doe je aangifte? Dan is je toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen op je definitieve aanslag inkomstenbelasting.
Doe je geen aangifte? Dan is het je belastbare loon. Dat staat op je jaaropgaaf en heet daar ook wel fiscaal loon of bedrag voor de loonheffingen.
Het gaat om je inkomen over het hele jaar, ook als je maar een deel van het jaar toeslag aanvraagt. Is het jaar nog niet voorbij, dan schat je dat inkomen zo goed mogelijk.
Heb je een toeslagpartner? Dan telt Dienst Toeslagen jullie toetsingsinkomens bij elkaar op.
Waarom niet je nettoloon?
Je nettoloon is wat overblijft nadat je werkgever onder meer loonheffing heeft ingehouden. Bij die inhouding rekent je werkgever al met heffingskortingen, zoals de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Ze maken je nettoloon hoger, maar je toetsingsinkomen niet. Je toetsingsinkomen is het inkomen waarover de belasting berekend wordt. De kortingen gaan pas daarna van die belasting af.
Een voorbeeld: Dewi
Dewi woont alleen in een huurhuis van €850 kale huur per maand. Ze verdient in 2026 €35.000 bruto per jaar, vakantiegeld inbegrepen. In dit voorbeeld betaalt ze geen pensioenpremie, dus haar toetsingsinkomen is ook €35.000. Netto krijgt ze €30.744 per jaar, €4.256 minder dan haar toetsingsinkomen.
Met haar toetsingsinkomen krijgt ze €230 huurtoeslag en €69 zorgtoeslag per maand. Stel dat ze haar netto jaarloon als inkomen opgeeft. Dan rekent Dienst Toeslagen haar voorschot uit met een te laag inkomen: €325 huurtoeslag en €118 zorgtoeslag per maand. Dat is elke maand €96 huurtoeslag en €49 zorgtoeslag te veel.
Na afloop van het jaar volgt de definitieve berekening, met haar echte inkomen. Krijgt ze het hele jaar een voorschot op die verkeerde schatting, dan is het verschil over 2026 €1.149 huurtoeslag en €584 zorgtoeslag, samen €1.733. Dat bedrag moet Dewi dan terugbetalen. Hoe zo'n terugbetaling verder werkt, lees je bij Ilse, die €200 opslag kreeg.
De berekening gaat uit van geen pensioenpremie, geen vermogen boven de grens, geen aftrekposten en geen toeslagpartner, met de rekenregels voor 2026. Bedragen zijn afgerond op hele euro's. Verschillen zijn berekend op onafgeronde bedragen en kunnen daardoor €1 afwijken.
Wat telt er nog meer mee?
Niet alleen loon telt. Ook bijvoorbeeld een uitkering, pensioen, inkomsten uit je eigen bedrijf, bijverdiensten als freelancer of gastouder en partneralimentatie die je zelf krijgt.
Andere bedragen tellen niet mee, zoals je toeslagen zelf, kinderbijslag, studiefinanciering en alimentatie die je voor je kinderen krijgt.
Aftrekposten maken je toetsingsinkomen lager. Denk aan de hypotheekrente van je koophuis, giften of partneralimentatie die je betaalt.
Ook spaargeld en beleggingen kunnen meetellen. Is je vermogen in 2026 hoger dan €59.357, of samen met je toeslagpartner hoger dan €118.714? Dan heb je inkomen uit vermogen, en wordt je toetsingsinkomen hoger. Wat er in box 3 speelt, lees je bij Vijay, die al jaren belegt. Los daarvan mag je vermogen voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget niet boven een grens komen: de vermogenstoets.
Waar vind je je toetsingsinkomen?
Voor een jaar waarover je aangifte deed: het verzamelinkomen op je definitieve aanslag inkomstenbelasting.
Voor een jaar zonder aangifte: het belastbare loon op je jaaropgaaf.
Voor het lopende jaar: een schatting. Dienst Toeslagen heeft daarvoor een rekenhulp voor het toetsingsinkomen.
Verandert je inkomen of je aftrek in de loop van het jaar? Dan schat je je toetsingsinkomen opnieuw en geef je het door via Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Dienst Toeslagen past dan je voorschot aan.
