Een derde kind: wat kost het echt?
Je houdt van je kinderen, en je wilt ook dat de hypotheek betaald blijft. Dus zit je met een vraag die veel ouders herkennen: kunnen we een derde kind aan? Er bewegen allerlei regelingen mee, afhankelijk van wat je verdient, hoeveel uur je werkt en hoeveel kinderen er naar de opvang gaan. Het is geen simpele optelsom.
We rekenen het door voor Nadia en Jermaine. Niet om je te ontmoedigen of over te halen, maar om het plaatje concreet te maken.
Waarom de berekening zo ingewikkeld is
Met een kind erbij verandert er meer dan de opvangrekening. Kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget, kinderbijslag en belasting reageren op elkaar en op je inkomen. Werk je meer, dan kan een toeslag dalen. Komt er een kind bij, dan stijgen sommige bedragen juist. Die wisselwerking reken je niet op een bierviltje uit.
Waar Nadia en Jermaine nu staan
Nadia werkt 36 uur en Jermaine 40 uur. Samen verdienen ze €7.560 bruto per maand, en ze wonen in een koophuis. Na belasting houden ze €6.595 netto over. De aftrek van hun hypotheekrente zit daar al in.
Hun jongste van 2 gaat 143 uur per maand naar de dagopvang, hun oudste van 6 gaat 73 uur naar de bso. Samen kost dat €2.338 per maand. Daar staat €1.947 kinderopvangtoeslag tegenover, zodat ze zelf €391 per maand betalen.
Daarnaast krijgen ze €139 kindgebonden budget en €219 kinderbijslag per maand. Alles bij elkaar hebben ze €6.561 per maand te besteden, nadat de opvang betaald is.
Nadia & Jermaine
Zo ziet één maand eruit.
| Bedrag | Nu |
|---|---|
| Bruto per maand (incl. vakantiegeld) | € 7.560 |
| Netto inkomen | € 6.595 |
| Kinderbijslag | € 219 |
| Kindgebonden budget | € 139 |
| Kinderopvangtoeslag | € 1.947 |
| Opvangrekening | − € 2.338 |
| Afronding | € -1 |
| Besteedbaar | € 6.561 |
Vakantiegeld is over 12 maanden verdeeld; bruto en netto zijn maandgemiddelden.
Twee percentages, niet één
De kinderopvangtoeslag vergoedt niet voor elk kind even veel. Het kind met de meeste opvanguren telt als eerste kind, en voor elk volgend kind ligt de vergoeding hoger. Het percentage hangt af van het toetsingsinkomen. Bij Nadia en Jermaine is dat zo'n €85.000 per jaar, lager dan hun samengetelde loon omdat hun hypotheekrente aftrekbaar is. Bij dat inkomen vergoedt de overheid 81,2% voor de dagopvang van hun jongste en 92,7% voor de bso van hun oudste.
Hun dagopvang vraagt €11,50 per uur, terwijl de overheid tot €11,23 per uur vergoedt. Wat daarboven zit, betalen ze altijd zelf. Alles bij elkaar dekt de toeslag daardoor 83% van hun totale opvangrekening.
Wat er verandert bij een derde kind
Bij een derde kind verschuift er aan meerdere kanten tegelijk iets. De opvangrekening groeit zodra de baby naar de opvang gaat, en de dagelijkse kosten stijgen. Tegelijk beweegt het stelsel mee. Alleen het kind met de meeste opvanguren krijgt het lagere percentage; voor het tweede en derde kind geldt het hogere. Het kindgebonden budget groeit mee met het aantal kinderen, en er komt kinderbijslag bij.
Hoe dat per saldo uitvalt, hangt vooral af van hoeveel uur de baby naar de opvang gaat en of een van beiden anders gaat werken. Dat verschilt per gezin, en precies dat is door te rekenen.
De hypotheek als vast gegeven
Eén ding verandert niet mee met de grootte van het gezin: de hypotheek. Die lasten staan vast, en dat maakt de ruimte om te schuiven kleiner. Een derde kind raakt dus niet alleen de opvang, maar ook wat er overblijft voor al het andere.
Dat betekent niet dat het niet kan. Het laat wel zien waarom het de moeite loont om het vooraf te weten.
Je eigen situatie
Zivvy rekent dit soort keuzes door met jouw inkomen, jouw uren en jouw opvang, inclusief de regelingen die meebewegen. Een extra kind, extra uren of een andere opvang: je ziet wat het netto betekent voor je huishouden.
